Iedereen heeft er wel eens van gehoord: er is beslag gelegd. Maar wat is dat nu precies? En wat kunt u in zo’n geval doen? In deze weblog een korte uitleg.

Beslag

Beslaglegging kan plaatsvinden door de overheid (meestal de fiscus), maar ook door een bedrijf of particulier. Stel u hebt als bedrijf zaken gedaan met een ander bedrijf en er ontstaat discussie over een betaling. De andere partij is van mening dat u nog een bedrag moet betalen, maar u betwist dat. En dan komt er plotseling een deurwaarder bij u langs die u meedeelt dat er beslag op u bankrekeningen is gelegd. Hoe kan het dat er beslag gelegd is, zonder dat u de mogelijkheid heeft gehad om zich voor de rechter te verweren? En dat terwijl u binnenkort uw personeel dient uit te betalen. Wat is nu het gevolg van zo’n beslag en wat kunt u er tegen doen?

Executoriaal en conservatoir beslag

Het is van belang er allereerst op te wijzen dat er twee soorten beslag zijn, namelijk executoriaal beslag en conservatoir beslag. Voor het leggen van executoriaal beslag moet de beslaglegger eerst een vonnis van een rechter hebben verkregen. Daar kunt u dus niet zomaar mee worden overvallen. Voor conservatoir beslag ligt dat anders. Het verkrijgen van verlof voor het leggen van conservatoir beslag is vrij eenvoudig. Indien een schuldeiser een enigszins onderbouwd verzoek indient krijgt hij zonder veel moeite verlof van de voorzieningenrechter om conservatoir beslag te leggen. Degene bij wie conservatoir beslag zal worden gelegd ontvangt daarover vooraf (in bijna alle gevallen) geen bericht. Wel dient na het leggen van conservatoir beslag binnen 2 weken een bodemprocedure in gang te worden gezet. Over deze vorm van beslag – conservatoir beslag – gaat het in de rest van dit weblog.

Gevolg beslag

Als er conservatoir beslag op uw bankrekeningen is gelegd, dan betekent dit dat de bank de gelden die op dat moment op uw rekening staan onder zich moet houden. U kunt die gelden dus vanaf dat moment niet meer gebruiken. De bank moet namelijk afwachten hoe de gerechtelijke procedure die volgt op een conservatoire beslaglegging afloopt. Dat kan een hele tijd duren. Een bodemprocedure kan rustig een jaar lopen en soms nog aanzienlijk langer. Dat kan tot acute financiële problemen leiden bij degene die met zo’n beslag te maken krijgt.

Wat te doen?

Globaal gesproken zijn er twee mogelijkheden als u met een conservatoir beslag wordt geconfronteerd. Of u start via een advocaat een procedure in kort geding om het beslag opgeheven te krijgen. Of u biedt de schuldeiser aan om zekerheid te stellen tot de omvang van het bedrag waarvoor beslag is gelegd (artikel 705 lid 2 BW). In dat laatste geval kunt u bijvoorbeeld een bankgarantie door uw bank laten afgeven voor het bedrag van de beslaglegging.

Bankgarantie als vervangende zekerheid

In de praktijk wordt veel gewerkt met bankgaranties om een beslag opgeheven te krijgen. De wet bepaalt in artikel 705 lid 2 BW dat in zo’n geval het beslag moet worden opgeheven. Om precies te zijn bepaalt de wet dat “voldoende zekerheid” moet worden gesteld door degene die met het beslag wordt geconfronteerd en opheffing daarvan wenst. Dat betekent dus dat de aan te bieden bankgarantie wel voldoende zekerheid moet bieden en dat is niet altijd het geval. Er zijn verschillende soorten bankgaranties in de omloop waarvan de tekst niet altijd gelijk luidt.
Door de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) is een modelbankgarantie opgesteld dat in de praktijk veel wordt gehanteerd. In een arrest van 16 april 2015 heeft het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch geoordeeld dat dit model voldoende zekerheid biedt als bedoeld in artikel 705 lid 2 BW. Dit model geeft de beslaglegger het recht om de bankgarantie in te roepen wanneer er een voor hem toewijzend vonnis is gewezen waartegen geen beroepsmogelijkheden meer openstaan. Een onherroepelijk vonnis dus.

Het Gerechtshof heeft hierbij overwogen dat het er op lijkt dat de beslaglegger door een dergelijke bankgarantie te accepteren in ruil voor opheffing van het beslag in een slechtere positie komt te verkeren. Immers, als hij een toewijzend vonnis verkrijgt dat uitvoerbaar bij voorrraad is verklaard, dan kan hij direct tot uitwinning van het beslag overgaan en hoeft hij niet een eventueel hoger beroep af te wachten. Met de modelbankgarantie van de NVB kan hij nog niets zolang er nog een hoger beroep (of hoger beroepstermijn) loopt. Toch is het Hof van oordeel dat deze modelbankgarantie toereikend is. Daarbij wijst het Hof erop dat de bankgarantie in andere opzichten méér zekerheid biedt dan een conservatoir beslag, bijvoorbeeld in geval van faillissement of in het geval dat er door meerdere schuldeisers cumulatief beslag wordt gelegd.

Kortom, een bankgarantie conform het model van de NVB biedt voldoende zekerheid voor de beslaglegger. Het aanbieden van zo’n bankgarantie dient dus tot opheffing van het beslag te leiden. Overigens komt het nogal eens voor dat een schuldeiser toch allerlei bezwaren blijft maken als een bankgarantie wordt aangeboden, ook als die bankgarantie voldoende zekerheid biedt. Beslag wordt namelijk nogal eens als pressiemiddel gebruikt om snel betaling van een vordering te verkrijgen. Het is dan ook verstandig zo snel mogelijk een advocaat in te schakelen om de schuldeiser op zijn plichten te wijzen.

Kort geding tot opheffing beslag

Als vervangende zekerheid (bankgarantie) geen oplossing biedt om van het beslag af te komen, dan rest alleen nog het starten van een kort geding tot opheffing van het beslag. Artikel 705 lid 2 Rv bepaalt dat de voorzieningenrechter het beslag onder meer opheft als “summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag is gebleken.”

Er zijn heel wat uitspraken door voorzieningenrechters gedaan in procedures tot opheffing van het beslag. Daaruit blijkt dat het beslist niet meevalt om een gelegd beslag opgeheven te krijgen op voorgenoemde gronden. Degene die met het beslag wordt geconfronteerd moet aannemelijk maken dat de vordering waarvoor het beslag is gelegd simpel gezegd niet deugt. Of dat het beslag volstrekt onnodig is. Van dat laatste kan bijvoorbeeld sprake zijn als de vordering die de schuldeiser zegt te hebben wordt gedekt door een verzekeringspolis. Maar in veel gevallen zal het niet gemakkelijk zijn om in kort geding aan te tonen dat het leggen van het beslag volstrekt onnodig is of dat de vordering van de schuldeiser beslist niet deugt.

Kansen

Toch biedt het starten van een kort geding tot opheffing van een gelegd conservatoir beslag zeker kansen. De rechter heeft namelijk meer ruimte om in kort geding het beslag op te heffen. Ook een afweging van de wederzijdse belangen kan tot opheffing van het beslag leiden. In nogal wat procedures wordt aan dit punt weinig aandacht besteed. In een volgend blog zal hier dieper op in worden gegaan. Daarbij zal ook verwezen worden naar een recent vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland in een door ons kantoor gevoerde procedure. In die zaak werd een omvangrijk beslag uiteindelijk voor een groot deel opgeheven op grond van een afweging van de belangen van partijen.