In Nederland wordt veel gebouwd. Aannemers die dit werk uitvoeren doen dat vaak goed. Soms gaat het mis en moet een opdrachtgever in actie komen.

Gebrekkige uitvoering

Als een aannemer tijdens de bouw fouten maakt en de opdrachtgever constateert dat, dan dient hij daar de aannemer direct op aan te spreken. Soms kan dat gebeuren in regulier belegde bouwvergaderingen of tijdens inspectie door de directievoerder op de bouwplaats. Wordt de fout niet hersteld, dan zal de opdrachtgever een meer formele route moeten kiezen.

Verzuim na Ingebrekestelling

Op grond van de wet dient de aannemer officieel in gebreke te worden gesteld door de opdrachtgever. Dit dient te gebeuren door middel van een schriftelijke verklaring, waarin is aangegeven welke fouten of gebreken er aan het werk kleven en waarin de aannemer wordt gesommeerd om binnen een in die verklaring aan te geven termijn alsnog de gebreken te herstellen en/of  de juiste prestatie te verrichten. Door deze ingebrekestelling geeft de opdrachtgever aan binnen welke termijn de aannemer alsnog de juiste prestatie dient te leveren. Voldoet de aannemer niet binnen de gestelde termijn aan de sommatie, dan komt de aannemer in verzuim (artikel 6:82 lid 1 BW).

Buitengerechtelijke ontbinding aannemingsovereenkomst

Vanaf het moment dat de aannemer in verzuim is gekomen, heeft de opdrachtgever onder meer het recht om de aannemingsovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden op grond van artikel 6:265 BW. Vaak zal het dan bij aannemingsovereenkomsten gaan om een gedeeltelijke ontbinding, namelijk voor zover de overeenkomst nog niet (goed) is uitgevoerd. De opdrachtgever kan vanaf het moment van de rechtsgeldige ontbinding van de aannemingsovereenkomst het werk door een derde laten afmaken en de kosten daarvan als schade verhalen op de aannemer (artikel 6:277 BW).

Belang duidelijke sommatiebrief

De vraag of de ontbinding rechtsgeldig is, hangt dus af van de vraag of de aannemer duidelijk is gemaakt wat hij fout heeft gedaan en of de aannemer een duidelijke termijn heeft gekregen om deze gebreken te herstellen.

In de praktijk gaat het nogal eens mis in de communicatie tussen een opdrachtgever en een aannemer. Zodoende kan het gebeuren dat een opdrachtgever op zich geheel terecht een aannemer aanspreekt op een gebrek in het werk, maar dat de opdrachtgever toch geen gelijk krijgt omdat hij niet de juiste juridische weg heeft bewandeld. Is de sommatiebrief van de opdrachtgever onhelder of wordt niet duidelijk gemaakt wat er van de aannemer binnen een bepaalde termijn wordt verwacht, dan kan het in een procedure helemaal mis gaan.  Een praktijkvoorbeeld daarvan is de navolgende procedure tussen een hoofdaannemer en een onderaannemer.

Vonnis d.d. 23 september 2015, ECLI:NL:RBZWB: 2015: 8686 (Alukon/Fraanje)

Een onderaannemer (Alukon) krijgt van een hoofdaannemer (Fraanje) opdracht om vliesgevels te leveren en te monteren voor de bouw van een zwembad. Hoofdaannemer Fraanje constateert vervolgens dat onderaannemer Alukon verkeerde vliesgevels heeft gemonteerd. Fraanje sommeert Alukon in een brief d.d. 24 september 2013 om binnen 5 dagen na dagtekening schriftelijk te verklaren dat hij de gemonteerde vliesgevels zal verwijderen en alsnog binnen 3 weken na dagtekening van de brief de juiste vliesgevels zal leveren en monteren. Alukon laat binnen de termijn van 5 dagen niets van zich horen en enkele dagen later (d.d. 2 oktober 2013) ontbindt Fraanje buitengerechtelijk de onderaannemingsovereenkomst en stelt Alukon aansprakelijk voor de schade. Nadien verklaart Alukon zich bereid om de vliesgevels te herstellen.

De vraag is of Fraanje juridisch juist heeft gehandeld. De rechtbank Zeeland-West-Brabant is van oordeel dat dit niet zo is. De rechtbank constateert dat Alukon (nog) niet in verzuim was op het moment dat Fraanje overging tot buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst d.d. 2 oktober 2012. Dus kon door Fraanje niet rechtsgeldig tot buitengerechtelijke ontbinding worden overgegaan. De termijn van 5 dagen waarbinnen Alukon schriftelijk aan Fraanje diende te verklaren dat zij alsnog zou nakomen was toen weliswaar verstreken, maar dit heeft niet geleid tot verzuim van Alukon. Eerst na het verstrijken van de termijn van 3 weken waarbinnen Alukon alsnog deugdelijk moest presteren zou Alukon in verzuim kunnen komen en zou buitengerechtelijke ontbinding dus aan de orde kunnen zijn. [1] De vordering van Fraanje tot vergoeding van de schade en  terug betaling van het reeds aan Alukon betaalde bedrag wordt derhalve door de rechtbank afgewezen.

Conclusie

Het hiervoor genoemde vonnis maakt duidelijk hoe essentieel het is dat een wederpartij op deugdelijke wijze in gebreke wordt gesteld. Als dat niet op een juridisch deugdelijke wijze wordt gedaan, dan kan de hele vordering onderuit gaan, ook als de eisende partij inhoudelijk het recht aan zijn kant heeft.Het is dan ook zeer aan te raden om in een vroeg stadium deskundige juridische hulp in te schakelen als er in een bouwproject iets fout dreigt te gaan.

Overigens zijn er wel enkele wettelijke uitzonderingen op de hiervoor beschreven hoofdregel betreffende het in verzuim komen van de wederpartij (zie artikel 6:80 BW, 6:82 lid 2 BW en 6:83 BW), maar deze uitzonderingen zijn meestal niet van toepassing.

Mocht u meer vragen hebben over het hier besproken onderwerp neem dan gerust contact op met één van onze advocaten