Klachten bij moment van oplevering

Wanneer een aannemer werk heeft verricht voor een opdrachtgever, kan het voorkomen dat de opdrachtgever niet tevreden is en de aannemer/opdrachtnemer achteraf aanspreekt op een gebrek in het werk.

In dat geval zal uiteraard vastgesteld dienen te worden of er inderdaad sprake is van een gebrek in het werk en of u als aannemer daarvoor verantwoordelijk en aansprakelijk bent.

Echter, voordat aan de beantwoording van deze vragen wordt toegekomen, dient eerst de vraag gesteld te worden of de opdrachtgever wel tijdig heeft geklaagd over het gebrek.

Hierbij is in de eerste plaats het moment van oplevering relevant. Indien bij de oplevering bepaalde gebreken al zichtbaar zijn, dient de opdrachtgever meteen te klagen en/of voorbehouden te maken. Doet hij dat niet, dan is de aannemer/opdrachtnemer op grond van artikel 7:758 van het Burgerlijk Wetboek ontslagen van de aansprakelijkheid  voor gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken.

Latere gebreken

Echter, niet alle gebreken zijn direct bij oplevering reeds zichtbaar. Het kan zijn dat een gebrek zich langzaam openbaart. Voor zaken die niet direct bij de oplevering ontdekt hadden kunnen worden, geldt dat de opdrachtgever op basis van artikel 6:89 van het Burgerlijk Wetboek binnen “bekwame tijd” nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken moet klagen. Doet de opdrachtgever dat niet dan kan de opdrachtgever op dat gebrek geen beroep meer doen en verliest hij al zijn rechten. Hoe lang bekwame tijd is, zal afhangen van de omstandigheden van het geval en hangt bijvoorbeeld af van de aard en waarneembaarheid van het gebrek, de wijze waarop dit zichtbaar is geworden en de deskundigheid van de opdrachtgever. Een onderzoek door een deskundige kan eventueel nodig zijn.

Overigens geldt op grond van jurisprudentie wel dat voor een rechtsgeldig beroep op artikel 6:89 BW door de aannemer zal moeten worden aangetoond dat hij door het niet tijdig klagen van de opdrachtgever in zijn belang is geschaad.

Op basis van het bovenstaande is het dus van belang dat de opdrachtgever tijdig heeft geklaagd. Heeft hij dat niet gedaan, dan kan hij op grond van de genoemde wetsartikelen geen beroep meer doen op een mogelijke gebrekkigheid in het werk.

Een geslaagd beroep op artikel 7:758 van het Burgerlijk Wetboek en/of 6:89 van het Burgerlijk wetboek kan er dus toe leiden dat de opdrachtgever nul op het rekest krijgt, ook al zou hij kunnen bewijzen dat de aannemer gebrekkig werk heeft geleverd.

Voorwaarde voor toepassing van artikel 6:89 van het Burgerlijk wetboek door de rechter, is overigens wel dat de aannemer uitdrukkelijk een duidelijk beroep doet op dit artikel. Doet de aannemer dat niet, dan zal de rechter met het rechtsverlies geen rekening houden.

Meer informatie

Wilt u meer weten over de klachtplicht en/of uw rechten en plichten als opdrachtgever of aannemer, neem dan gerust contact op met een van onze advocaten. Zij kunnen u in u specifieke geval adviseren en u helpen om eventuele risico’s zo veel mogelijk af te dekken.
Mr. A. (Annemarie) Verblackt